Vrijgegeven publikaties
  01: Rustig
  02: Revolutie
  03: 300 jaar TC
  04: Geestelijke vader
  05: Visionair
  06: Talenten
  07: Digitex
  08: Award 2000
  09: Europa
  10: VROM
  11: Patenten
  12: Patent Digifin
  13: Het Brein
  14: Fraude
  15: Fraude Ten Cate
  16: AATCC Walkway
  17: Celstraf rond Ten Cate
  18: Fraude Topman
      Craamer - DIGITALE TEXTIELVEREDELING - DIGITAL TEXTILE FINISHING

~* HET BREIN *~

AATCC
Fibre2Fashion
Bharat Textile
Digitransfer
Apparel Canada
IFAI
Intel@etex
SpecialChem
Euratex
Textile Web
Fibersource
Digital Textile
Printtex
Apparel Search
CTC
   [2003]  De bedrijfsstropdas keurig geknoopt, het jasje degelijk dicht. Een goedgevuld attachekoffertje, een bescheiden oogopslag. Als Jan Craamer binnenkomt, sta je meteen al op het verkeerde been. Want na enkele minuten begint een waterval die lastig in banen valt te leiden. Ontdek je Zuidamerikaans temperament achter een forse dosis bijna Zwitserse degelijkheid. Wapperende handen, guitige ogen, flitsende gedachten, over elkaar buitelende ideeen. Craamer is het creatieve brein achter de textielrevolutie die 7 oktober 2004 bij de multinational Koninklijke Ten Cate werd aangekondigd.
(Patent Digifin/Digitex 22 september 2003)

Want de textielbewerking, met de geur van lijm, stampende machines en grote rollen garen en doek, staat volgens Craamer aan de vooravond van een omwenteling vergelijkbaar met de uitvinding van de stoommachine.

Een van Craamers eerste offers op het altaar van de creativiteit was de hogedrukpan van zijn moeder. De jonge Craamer wilde een draad door en door verven. Hij hing hem daartoe in een verfbad en bracht de pan op stoom. De draad was succesvol geverfd, maar de hogedrukpan ook, die was onbruikbaar geworden. Tegenwoordig doet Craamer nog steeds proefjes, soms moet zelfs de magnetron in zijn keuken er aan geloven. In zijn kantoor staan rollen garens in felle kleuren op de goed gevulde archiefkast. De kamer lijkt keurig opgeruimd, maar dat is tijdelijk. Hij zit er nog maar net. Het liefst werkt hij als een Willie Wortel tussen retorten en rapporten. Knutselen, combineren, kijken. Binnenkort wordt er in Nijverdal een nieuw gebouwtje ingericht waar Craamer zijn uitvinding verder kan ontwikkelen. Ten Cate meldde in oktober enkele miljoenen in Craamers geesteskind te gaan investeren.

Technologische doorbraken ontstaan niet vanzelf. Behalve een creatieve geest is voor een succesvolle innovatie ook vakkennis nodig en een steunende organisatie. Craamer heeft het inmiddels allemaal. Na 42 jaar werken in de textieltechnologie beheerst hij alle processen. Vanaf de katoenplantage tot de confectie. Een bereisd man die de textielindustrie in meer dan veertig landen adviseerde. Op zijn vele reizen heeft hij ook veel geleerd. Over omgaan met mensen en culturen.

Craamer is een gedrevene die zijn weg vond in de textielcultuur van veel landen. Inmiddels werkt hij bij Ten Cate in Nijverdal aan zijn nieuwste uitvinding: digitaal textiel bewerken op nanoschaal. Een revolutie die het mogelijk maakt textiel van allerlei functionaliteiten te voorzien. Intelligent^ confectie, textiel dat zonlicht omzet in stroom, beveiligingskleding. Craamer ziet nieuwe markten: de medische, militaire en elektronische industrie wil hij kunnen voorzien van textiel dat men met de huidige processen niet kan maken. Volgens hem zal het moeilijk zijn om op nanoschaal (vanaf een micron) te gaan opereren, maar hij kan al met druppels van tachtig picoliter werken. Daardoor kan zijn textiel straks bijvoorbeeld gecontroleerd insuline of antiallergenen afgeven. Ook het milieu vaart wel bij deze innovaties. Textiel is immers van oudsher een water- en energieverspillende Industrie. Met verven van een kilo doek kost vijf liter water. Afvalwater zout op door alle chemicaliën die erin zitten. Ook de hogere watertemperatuur is belastend voor het milieu. Craamer claimt nu dat zijn techniek beter is dan de traditionele fabricagemethoden: een forse energiebesparing, negentig procent reductie van het watergebruik, zeventig procent minder chemicaliën. Hoe ontstaat zo'n idee?

Craamer: "Het begint vaak met een vraag. Hoe kan ik dragers aanbrengen op een kern? Hoe meer substantie ik toevoeg, hoe stijver het doek, maar ik wil het juist soepel houden. Een idee wordt vaak 's nachts geboren. Dan ga ik naar de garage. Ik neb meestal thuis ook een soort laboratoriumpje, om dingen uit te proberen. Een paar pipetten, erlenmeyer. ledereen heeft een klik in zijn hoofd die hem ergens goed in maakt. Als ik lets zie, is het mijn talent om snel te combineren, het in mijn branche te brengen. Ten Gate zag de noodzaak nieuwe zaken te ontwikkelen. Ik wilde niet in de korte termijn-klem van louter verbetering komen, maar lets revolutionairs bedenken, lets wat er nog niet was."

Hij ging naar eigen zeggen spieken op andere gebieden: in de grafische en de metaalindustrie. "Grafische printers zijn heel geavanceerd, maar alleen voor papier, textiel loopt veel sneller. Men had geen industriesnelheden. In de textiel moet het doek met dertig tot honderd meter per minuut doorlopen. Hun inkten zijn ook niet geschikt voor textiel. Ik moest textiele inkten gebruiken. Overal waar je kijkt zie je die printerkop van links naar rechts over het doek gaan, discontinu, 'drop on demand'. Als de kop dan een keer dicht zit, krijg je verstoppingen. Ik zag in Hengelo een fabrikant die bezig was met 'continuous flow'-koppen. Dat was het. Zet op een balk de koppen vast. Het doek loopt eronderdoor. Dan zijn alle kleuren, 'coatings' en 'finishes' mogelijk. Ik ging voor verschillende processen de besparing berekenen. Ik zag steeds meer voordelen"

Er was toen nog niks, dus wilde Craamer stap voor stap beginnen. Ik wil hiermee een revolutie teweeg brengen, geen vervanging van de huidige fabrieken. Ik wil niets van wat nu wordt gemaakt maken digitaal gaan produceren, maar juist nieuwe markten ontwikkelen. Ik wil ook geen personeel elders wegtrekken. Dit is een nieuwe activiteit. Wat al bestaat moet gewoon doorgaan, want dat voedt dit project. Een grote groep is afwachtend, ze weten nietwaar het om gaat. Intern en extern. Intern wil ik de mensen eerst op de hoogte brengen. Anders beginnen arbeiders te gissen. Ik wil rare opmerkingen voorkomen, angst wegnemen, mensen erin betrekken, laten meedenken. Aanplakbriefjes helpen dan niet, je moet mensen echt spreken."

Craamer kent zijn pappenheimers: "Sommige mensen zijn te negatief. Voor deze ontwikkeling moet ik collega's met een stimulerende mentaliteit hebben. Mensen die positief denken, desnoods flink struikelen en dan weer verder gaan. Geen mensen die informatie achterhouden, achterbaks doen. Dat kun je niet hebben, ik wil niet dertig procent van mijn tijd bezig zijn met interne futiliteiten! Je moet een ontwikkeling niet dood maken door doemscenario's. Je moet wel praten, maar vooral ook doen. Ik wil vaker als ontwikkelaars bij elkaar zitten. Het ligt eraan hoe je de ploeg uitzoekt. Met vier of vijf man bij elkaar is super. Dan kun je elkaars problemen leren kennen. Weten wat de gevolgen van jouw oplossing verderop in de keten zijn, daar technisch over praten. Anders krijg je rare problemen." Er komt veel kijken bij de verwezenlijking van een creatief idee. Craamer: "Allereerst is er altijd in de organisatie de angst dat een ander bedrijf ermee van door gaat. Dus moet je bijtijds de patentrechten op papier zetten, oppassen met wie je net erover hebt, geheimhoudingscontracten tekenen. Ik ben overigens niet zo bang voor concurrentie of namaak. De kennis van mijn team is uniek. Ik stel een team rondom mij samen met mensen van een hoog niveau. Een laborant, een softwareman, een engineer die met mij mee kan groeien. In dit traject is een textielingenieur belangrijker dan een bedrijfseconoom. Ik wil alles met nieuwe mensen doen. We leggen alles op papier vast. Als Jan onder de tram komt gaat alles toch door. Vanuit productontwikkeling werd alles al vastgelegd conform ISO9001. Ik vond net in een informatieboomstructuur moeilijk zoeken. Dus heb ik overlegd met de ICT-afdeling. We doen aan kennismanagement. Ik heb software uitgetest om processen in op te slaan. Deze innovatie is ons antwoord op de productie in goedkope landen. Wat je niet kunt, moet je overlaten aan de Chinezen, maar doordat dit proces zo kennisintensief is, is net niet te imiteren."

Hij wil de vaart erin houden. "We moeten niet teutebellen, maar onze voorsprong behouden. Ik wil produceren." Hij maakte op tijd een afspraak te maken met bestuursvoorzitter Loek de Vries van Ten Cate. "Met hem kun je inhoudelijk uitstekend praten. Vanaf het begin klikte het meteen. Ik werd vervolgens gebeld om een presentatie te maken voor de Raad van Bestuur. Ik legde het idee uit. Zij keken of het paste. Het antwoord was ja. Daarna moest ik mijn gedachtegang waarmaken, proeven doen. Het vooronderzoek kostte geen investeringen, alleen tijd. Alle theoretische gedoe is klaar, nu moeten we door."

Craamer maakte een plan van aanpak, een financieringsvoorstel en een kostenplaatje. Hij wil volgend jaar juni de eerste stalen voorleggen. "Ik moet wel oppassen dat de verkoop en de marketing niet te hard gaan lopen en mij daarmee gek maken. Want dat werkt niet in zulke grote projecten. Ik heb mappen vol met mogelijke marktpotenties, maar je moet je niet in een verwildering van ideeën laten trekken. Als je rustig blijft ga je sneller. Anders wordt het een wild oerwoud waar iedereen rent en maar wat roept."

Zonder slag of stoot gaat het niet. Hoewel hij een blijmoedig mens is, ziet Craamer op menselijk vlak risico's voor aanstormende creatieve talenten. "Soms is er veel strijd in een organisatie. Jaloezie speelt een rol, de cultuur. Ik heb inmiddels gelukkig een dikke huid. Je moet opmerkingen naast je neer kunnen leggen. Want mensen komen altijd met dooddoeners. Bijvoorbeeld: als het zo'n goed idee is, waarom is het dan niet eerder gedaan? Mijn antwoord is simpel: we doen het nu. Het gaat vaak om een combinatie van ervaring, ideeën, markt, het machinepark, nieuwsgierigheid. Dan kun je er wat van maken. Ik ben niet meer onzeker, maar dat is wel anders geweest." Craamer ziet zich nu zelf ook als mentor: "Als je een jonkie hebt, moet je die eerst binnenshuis helpen waar je kunt. Laat ze eerst de processen intern leren kennen. Daarna moeten ze eruit, met mij mee. Andere processen leren kennen buiten de deur. Zo verruimen ze hun blik en hoef je ook hier de productie niet te verstoren met allerlei proeven. Dat kun je soms beter bij derden doen. Dan ben je niet bezig met het totale doek, maar met een aspect. Vervolgens kun je ze leren artikelen te ontwikkelen met machines die wij niet hebben. Je moet donders oppassen dat jonkies intern niet kapot gemaakt worden. Je moet talenten beschermen tegen negatieve opmerkingen, ze onder je vleugels nemen, voorkomen dat ze dynamiek verliezen. Sommige ideeen moetje in hun eerste fase goed beschermen. Je kindje inkapselen tot het groot genoeg is, tot je een nulserie gaat draaien. Anders kost het te veel strijd om de waarde te bewijzen. Want in je enthousiasme begrijpen collega's je soms niet. En dan ligt het te snel bij anderen. Ik blijf zeggen dat we ons erin gaan storten, maar blijf ook waarschuwen: we hebben het nog niet. Je moet niet voor de club uit gaan lopen." De organisatorische kant van zijn innovatie kost Craamer veel van zijn tijd, soms tot wel vijftig procent. Hij beleeft er stukken minder plezier aan dan aan net ontwikkelen, maar komt er toch niet onderuit. Hij zegt zich gruwelijk te ergeren als mensen niet doen wat ze zeggen. Volgens hem denken mensen te snel dat wat zij doen niet belangrijk is, waardoor ze zaken laten versloffen, deadlines missen. Maar in een ontwikkeltraject, in een bedrijf, is niets en niemand onbelangrijk. Alles heeft gevolgen voor anderen. Kwaad: "lemand die zich niet aan de afspraken houdt, kan mij vertragen, kost me ontwikkelruimte en ontwikkeltijd."

Hij beseft dat hij bezig is met lets groots, een revolutie in de hoogwaardige textielbewerking, maar de verhalen dat mensen straks thuis digitaal textiel zullen bewerken lacht hij weg. "Onzin, mensen die denken dat zij met hun huisprintertje mijn innovatie kunnen kopiëren begrijpen er niets van. Want om op deze manier te kunnen produceren heb je grote machines nodig, kennis en materiaal. Zo makkelijk is het niet. Je moet veel weten van allerlei materialen, van inkt tot textiel. We gaan ook geen atomen splitsen in de achtertuin. Met een draaibank kan ik nog geen horloge maken, je hebt ook een bandje en robijnen nodig. We moeten dit wel samen opbouwen. Ik kan het niet alleen. Dit wordt de ontwikkeling waar we de komende 35 jaar nog van kunnen leven. Maar ik wil bij de selectie van medewerkers geen vriendjespolitiek, geen vastgeroeste mensen."

Wie denkt dat Craamer alleen met textiel bezig is, vergist zich schromelijk. Zijn nieuwsgierigheid, creativiteit, drang om te presteren en brede belangstelling zie je terug in zijn talloze hobby's. Hij speelt al tien jaar hockey, was vier jaar tafeltenniskampioen van een bedrijf waar hij ooit werkte. In zijn schaakclub stond hij op de vierde plaats. Hij tennist, schildert met olieverf en aquarel. Vergeet niet om bijtijds te ontspannen. Houdt van vissen (wat trouwens ook zijn sterrenbeeld is). Soms belt hij spontaan zijn vrouw en vraagt haar een weekendtas klaar te zetten: in Giethoorn ligt zijn motorkruiser. Daar ontsnapt hij aan de dagelijkse sleur."Anderhalf uur varen, anker uit, rust. Je moet niet alleen maar werken, werken en nog eens werken. Er zijn dagen dat ik tot 's avonds tien uur doorwerk, maar soms stop ik ook al om vier uur 's middags. Soms doe ik effe niks, en ga dan toch weer aan het werk. Ik doe veel thuis, maar niet fanatiek. Het contrapunt, helemaal niets, is ook nodig. Dan kijk je weer fris tegen alles aan.




© Copyright 2004 Craamer. All rights reserved. -- Designed By:Jan A. Craamer -- Legal Disclaimer --