[2004] De bedrijfsstropdas keurig geknoopt, het jasje
degelijk dicht. Een goedgevuld attachekoffertje, een bescheiden oogopslag. Als
Jan Craamer binnenkomt, sta je meteen al op het verkeerde been. Want na enkele
minuten begint een waterval die lastig in banen valt te leiden. Ontdek je
Zuidamerikaans temperament achter een forse dosis bijna Zwitserse degelijkheid.
Wapperende handen, guitige ogen, flitsende gedachten, over elkaar buitelende
ideeen.
Craamer is het creatieve brein achter de textielrevolutie die 7 oktober 2004
bij de multinational Koninklijke Ten Cate werd aangekondigd.
(Patent Digifin/Digitex 22 september 2003) Want de
textielbewerking, met de geur van lijm, stampende machines en grote rollen garen
en doek, staat volgens Craamer aan de vooravond van een omwenteling
vergelijkbaar met de uitvinding van de stoommachine.
Een van Craamers eerste offers op het altaar van de creativiteit was de
hogedrukpan van zijn moeder. De jonge Craamer wilde een draad door en door
verven. Hij hing hem daartoe in een verfbad en bracht de pan op stoom. De draad
was succesvol geverfd, maar de hogedrukpan ook, die was onbruikbaar geworden.
Tegenwoordig doet Craamer nog steeds proefjes, soms moet zelfs de magnetron in
zijn keuken er aan geloven. In zijn kantoor staan rollen garens in felle kleuren
op de goed gevulde archiefkast. De kamer lijkt keurig opgeruimd, maar dat is
tijdelijk. Hij zit er nog maar net. Het liefst werkt hij als een Willie Wortel
tussen retorten en rapporten. Knutselen, combineren, kijken. Binnenkort wordt er
in Nijverdal een nieuw gebouwtje ingericht waar Craamer zijn uitvinding verder
kan ontwikkelen. Ten Cate meldde in oktober enkele miljoenen in Craamers
geesteskind te gaan investeren.
Technologische doorbraken ontstaan niet vanzelf. Behalve een creatieve geest
is voor een succesvolle innovatie ook vakkennis nodig en een steunende
organisatie. Craamer heeft het inmiddels allemaal. Na 42 jaar werken in de
textieltechnologie beheerst hij alle processen. Vanaf de katoenplantage tot de
confectie. Een bereisd man die de textielindustrie in meer dan veertig landen
adviseerde. Op zijn vele reizen heeft hij ook veel geleerd. Over omgaan met
mensen en culturen.
Craamer is een gedrevene die zijn weg vond in de textielcultuur van veel
landen. Inmiddels werkt hij bij Ten Cate in Nijverdal aan zijn nieuwste
uitvinding: digitaal textiel bewerken op nanoschaal. Een revolutie die het
mogelijk maakt textiel van allerlei functionaliteiten te voorzien. Intelligent^
confectie, textiel dat zonlicht omzet in stroom, beveiligingskleding. Craamer
ziet nieuwe markten: de medische, militaire en elektronische industrie wil hij
kunnen voorzien van textiel dat men met de huidige processen niet kan maken.
Volgens hem zal het moeilijk zijn om op nanoschaal (vanaf een micron) te gaan
opereren, maar hij kan al met druppels van tachtig picoliter werken. Daardoor
kan zijn textiel straks bijvoorbeeld gecontroleerd insuline of antiallergenen
afgeven. Ook het milieu vaart wel bij deze innovaties. Textiel is immers van
oudsher een water- en energieverspillende Industrie. Met verven van een kilo
doek kost vijf liter water. Afvalwater zout op door alle chemicaliën die erin
zitten. Ook de hogere watertemperatuur is belastend voor het milieu. Craamer
claimt nu dat zijn techniek beter is dan de traditionele fabricagemethoden: een
forse energiebesparing, negentig procent reductie van het watergebruik, zeventig
procent minder chemicaliën. Hoe ontstaat zo'n idee?
Craamer: "Het begint vaak met een vraag. Hoe kan ik dragers aanbrengen
op een kern? Hoe meer substantie ik toevoeg, hoe stijver het doek, maar ik wil
het juist soepel houden. Een idee wordt vaak 's nachts geboren. Dan ga ik naar
de garage. Ik neb meestal thuis ook een soort laboratoriumpje, om dingen uit te
proberen. Een paar pipetten, erlenmeyer. ledereen heeft een klik in zijn hoofd
die hem ergens goed in maakt. Als ik lets zie, is het mijn talent om snel te
combineren, het in mijn branche te brengen. Ten Gate zag de noodzaak nieuwe
zaken te ontwikkelen. Ik wilde niet in de korte termijn-klem van louter
verbetering komen, maar lets revolutionairs bedenken, lets wat er nog niet
was."
Hij ging naar eigen zeggen spieken op andere gebieden: in de grafische en de
metaalindustrie. "Grafische printers zijn heel geavanceerd, maar alleen
voor papier, textiel loopt veel sneller. Men had geen industriesnelheden. In de
textiel moet het doek met dertig tot honderd meter per minuut doorlopen. Hun
inkten zijn ook niet geschikt voor textiel. Ik moest textiele inkten gebruiken.
Overal waar je kijkt zie je die printerkop van links naar rechts over het doek
gaan, discontinu, 'drop on demand'. Als de kop dan een keer dicht zit, krijg je
verstoppingen. Ik zag in Hengelo een fabrikant die bezig was met 'continuous
flow'-koppen. Dat was het. Zet op een balk de koppen vast. Het doek loopt
eronderdoor. Dan zijn alle kleuren, 'coatings' en 'finishes' mogelijk. Ik ging
voor verschillende processen de besparing berekenen. Ik zag steeds meer
voordelen"
Er was toen nog niks, dus wilde Craamer stap voor stap beginnen. Ik wil
hiermee een revolutie teweeg brengen, geen vervanging van de huidige fabrieken.
Ik wil niets van wat nu wordt gemaakt maken digitaal gaan produceren, maar juist
nieuwe markten ontwikkelen. Ik wil ook geen personeel elders wegtrekken. Dit is
een nieuwe activiteit. Wat al bestaat moet gewoon doorgaan, want dat voedt dit
project. Een grote groep is afwachtend, ze weten nietwaar het om gaat. Intern en
extern. Intern wil ik de mensen eerst op de hoogte brengen. Anders beginnen
arbeiders te gissen. Ik wil rare opmerkingen voorkomen, angst wegnemen, mensen
erin betrekken, laten meedenken. Aanplakbriefjes helpen dan niet, je moet mensen
echt spreken."
Craamer kent zijn pappenheimers: "Sommige mensen zijn te negatief. Voor
deze ontwikkeling moet ik collega's met een stimulerende mentaliteit hebben.
Mensen die positief denken, desnoods flink struikelen en dan weer verder gaan.
Geen mensen die informatie achterhouden, achterbaks doen. Dat kun je niet
hebben, ik wil niet dertig procent van mijn tijd bezig zijn met interne
futiliteiten! Je moet een ontwikkeling niet dood maken door doemscenario's. Je
moet wel praten, maar vooral ook doen. Ik wil vaker als ontwikkelaars bij elkaar
zitten. Het ligt eraan hoe je de ploeg uitzoekt. Met vier of vijf man bij elkaar
is super. Dan kun je elkaars problemen leren kennen. Weten wat de gevolgen van
jouw oplossing verderop in de keten zijn, daar technisch over praten. Anders
krijg je rare problemen." Er komt veel kijken bij de verwezenlijking van
een creatief idee. Craamer: "Allereerst is er altijd in de organisatie de
angst dat een ander bedrijf ermee van door gaat. Dus moet je bijtijds de
patentrechten op papier zetten, oppassen met wie je net erover hebt,
geheimhoudingscontracten tekenen. Ik ben overigens niet zo bang voor
concurrentie of namaak. De kennis van mijn team is uniek. Ik stel een team
rondom mij samen met mensen van een hoog niveau. Een laborant, een softwareman,
een engineer die met mij mee kan groeien. In dit traject is een textielingenieur
belangrijker dan een bedrijfseconoom. Ik wil alles met nieuwe mensen doen. We
leggen alles op papier vast. Als Jan onder de tram komt gaat alles toch door.
Vanuit productontwikkeling werd alles al vastgelegd conform ISO9001. Ik vond net
in een informatieboomstructuur moeilijk zoeken. Dus heb ik overlegd met de
ICT-afdeling. We doen aan kennismanagement. Ik heb software uitgetest om
processen in op te slaan. Deze innovatie is ons antwoord op de productie in
goedkope landen. Wat je niet kunt, moet je overlaten aan de Chinezen, maar
doordat dit proces zo kennisintensief is, is net niet te imiteren."
Hij wil de vaart erin houden. "We moeten niet teutebellen, maar onze
voorsprong behouden. Ik wil produceren." Hij maakte op tijd een afspraak te
maken met bestuursvoorzitter Loek de Vries van Ten Cate. "Met hem kun je
inhoudelijk uitstekend praten. Vanaf het begin klikte het meteen. Ik werd
vervolgens gebeld om een presentatie te maken voor de Raad van Bestuur. Ik legde
het idee uit. Zij keken of het paste. Het antwoord was ja. Daarna moest ik mijn
gedachtegang waarmaken, proeven doen. Het vooronderzoek kostte geen
investeringen, alleen tijd. Alle theoretische gedoe is klaar, nu moeten we
door."
Craamer maakte een plan van aanpak, een financieringsvoorstel en een
kostenplaatje. Hij wil volgend jaar juni de eerste stalen voorleggen. "Ik
moet wel oppassen dat de verkoop en de marketing niet te hard gaan lopen en mij
daarmee gek maken. Want dat werkt niet in zulke grote projecten. Ik heb mappen
vol met mogelijke marktpotenties, maar je moet je niet in een verwildering van
ideeën laten trekken. Als je rustig blijft ga je sneller. Anders wordt het een
wild oerwoud waar iedereen rent en maar wat roept."
Zonder slag of stoot gaat het niet. Hoewel hij een blijmoedig mens is, ziet
Craamer op menselijk vlak risico's voor aanstormende creatieve talenten.
"Soms is er veel strijd in een organisatie. Jaloezie speelt een rol, de
cultuur. Ik heb inmiddels gelukkig een dikke huid. Je moet opmerkingen naast je
neer kunnen leggen. Want mensen komen altijd met dooddoeners. Bijvoorbeeld: als
het zo'n goed idee is, waarom is het dan niet eerder gedaan? Mijn antwoord is
simpel: we doen het nu. Het gaat vaak om een combinatie van ervaring, ideeën,
markt, het machinepark, nieuwsgierigheid. Dan kun je er wat van maken. Ik ben
niet meer onzeker, maar dat is wel anders geweest." Craamer ziet zich nu
zelf ook als mentor: "Als je een jonkie hebt, moet je die eerst binnenshuis
helpen waar je kunt. Laat ze eerst de processen intern leren kennen. Daarna
moeten ze eruit, met mij mee. Andere processen leren kennen buiten de deur. Zo
verruimen ze hun blik en hoef je ook hier de productie niet te verstoren met
allerlei proeven. Dat kun je soms beter bij derden doen. Dan ben je niet bezig
met het totale doek, maar met een aspect. Vervolgens kun je ze leren artikelen
te ontwikkelen met machines die wij niet hebben. Je moet donders oppassen dat
jonkies intern niet kapot gemaakt worden. Je moet talenten beschermen tegen
negatieve opmerkingen, ze onder je vleugels nemen, voorkomen dat ze dynamiek
verliezen. Sommige ideeen moetje in hun eerste fase goed beschermen. Je kindje
inkapselen tot het groot genoeg is, tot je een nulserie gaat draaien. Anders
kost het te veel strijd om de waarde te bewijzen. Want in je enthousiasme
begrijpen collega's je soms niet. En dan ligt het te snel bij anderen. Ik blijf
zeggen dat we ons erin gaan storten, maar blijf ook waarschuwen: we hebben het
nog niet. Je moet niet voor de club uit gaan lopen." De organisatorische
kant van zijn innovatie kost Craamer veel van zijn tijd, soms tot wel vijftig
procent. Hij beleeft er stukken minder plezier aan dan aan net ontwikkelen, maar
komt er toch niet onderuit. Hij zegt zich gruwelijk te ergeren als mensen niet
doen wat ze zeggen. Volgens hem denken mensen te snel dat wat zij doen niet
belangrijk is, waardoor ze zaken laten versloffen, deadlines missen. Maar in een
ontwikkeltraject, in een bedrijf, is niets en niemand onbelangrijk. Alles heeft
gevolgen voor anderen. Kwaad: "lemand die zich niet aan de afspraken houdt,
kan mij vertragen, kost me ontwikkelruimte en ontwikkeltijd."
Hij beseft dat hij bezig is met lets groots, een revolutie in de hoogwaardige
textielbewerking, maar de verhalen dat mensen straks thuis digitaal textiel
zullen bewerken lacht hij weg. "Onzin, mensen die denken dat zij met hun
huisprintertje mijn innovatie kunnen kopiëren begrijpen er niets van. Want om
op deze manier te kunnen produceren heb je grote machines nodig, kennis en
materiaal. Zo makkelijk is het niet. Je moet veel weten van allerlei materialen,
van inkt tot textiel. We gaan ook geen atomen splitsen in de achtertuin. Met een
draaibank kan ik nog geen horloge maken, je hebt ook een bandje en robijnen
nodig. We moeten dit wel samen opbouwen. Ik kan het niet alleen. Dit wordt de
ontwikkeling waar we de komende 35 jaar nog van kunnen leven. Maar ik wil bij de
selectie van medewerkers geen vriendjespolitiek, geen vastgeroeste mensen."
Wie denkt dat Craamer alleen met textiel bezig is, vergist zich schromelijk.
Zijn nieuwsgierigheid, creativiteit, drang om te presteren en brede
belangstelling zie je terug in zijn talloze hobby's. Hij speelt al tien jaar
hockey, was vier jaar tafeltenniskampioen van een bedrijf waar hij ooit werkte.
In zijn schaakclub stond hij op de vierde plaats. Hij tennist, schildert met
olieverf en aquarel. Vergeet niet om bijtijds te ontspannen. Houdt van vissen
(wat trouwens ook zijn sterrenbeeld is). Soms belt hij spontaan zijn vrouw en
vraagt haar een weekendtas klaar te zetten: in Giethoorn ligt zijn motorkruiser.
Daar ontsnapt hij aan de dagelijkse sleur."Anderhalf uur varen, anker uit,
rust. Je moet niet alleen maar werken, werken en nog eens werken. Er zijn dagen
dat ik tot 's avonds tien uur doorwerk, maar soms stop ik ook al om vier uur 's
middags. Soms doe ik effe niks, en ga dan toch weer aan het werk. Ik doe veel
thuis, maar niet fanatiek. Het contrapunt, helemaal niets, is ook nodig. Dan
kijk je weer fris tegen alles aan.